Zen aan de Zaan, interview met Piet Boon

Tegen de stroom in groeide Piet Boon de afgelopen jaren uit van Dutch designer tot internationaal merk. Zijn ontwerpvisie blijkt van New York tot Korea aan te slaan. Blijkbaar zit er iets universeels in, dat misschien het best te typeren is als het gouden midden tussen Zaans en zen.

“Eigenlijk zijn de werkruimtes hier belachelijk groot.” Piet Boon zegt het bijna verontschuldigend als hij zijn Global Headquarters in Oostzaan laat zien. Twee jaar geleden vestigde hij zich met zijn hele team en de Piet Boon Store in dit gloednieuwe, zelf ontworpen pand. “Maar als het zo ruim kán, is het natuurlijk wel heel prettig,” voegt de geboren en getogen Zaankanter toe. “Ik vind het belangrijk dat de mensen die hier werken, intussen zo’n veertig, een prettige plek hebben, met veel licht en rust. Dat ze geen hinder van elkaar hebben, maar elkaar wel inspireren.” Wat op de bezoeker vooral indruk maakt, is niet eens zozeer het volume van de ruimtes – inderdaad riant te noemen – maar vooral de serene en toch persoonlijk sfeer. Boon zit in zijn helder witte kantoor achter een joekel van een eikenhouten werktafel, die eerder uitnodigend is dan imponerend. Het kwartje valt als Boon vertelt: “Dit was de eettafel die bij mij thuis stond. Nu staat er een van Piet Hein Eek, een designer die ik enorm bewonder.” Al met al is het kantoor, net als de rest van het pand, een perfecte illustratie van de design-visie van Boon: robuust en toch behaaglijk, eenvoudig en toch comfortabel, minimalistisch en toch karaktervol, ongepolijst en toch verfijnd. Altijd is er die harmonieuze eenheid van tegenstellingen. De yin en de yang, die al het werk van Boon zo kenmerkt, of het nu gaat om een zitbank, een boot, een woonhuis of een hotel in de Cariben.

Eenvoud duurt het langst

“Mijn filosofie is heel eenvoudig,” licht Boon toe. “Bij al mijn ontwerpen hanteer ik dezelfde mantra: kwaliteit, functionaliteit, duurzaamheid. Ik ben een jaar of dertig geleden begonnen als aannemer. Mijn grote frustratie was toen dat wat de architecten bedachten maar zelden aan mijn kwaliteitsnormen voldeed. Terwijl ik het moest bouwen en er garantie op geven. Indeling, materiaalgebruik, afwerking, routing, detaillering, zichtlijnen, lichtinval, dat zijn elementaire dingen. Dat moet allemaal deugen, anders wordt je niet happy van je huis. Ik ging steeds meer zelf achter de tekentafel zitten en zo ben ik uiteindelijk van bouwer ontwerper geworden. Omdat ik zoveel waarde hecht aan functionaliteit en duurzaamheid, betrek ik van begin af aan onze styling-afdeling bij een ontwerp. Dat hebben we als ontwerpstudio altijd zo gedaan en dit is een grote kracht gebleken, iets wat ons uniek maakt. De styling onder leiding van Karin Meyn –  van wereldklasse in haar vak – kijkt vanaf de eerste schetsen mee en denkt na over de kleuren, de materialen en de texturen die de basis gaan vormen. Want juist die basis moet lang mee kunnen, niet gaan vervelen en dus vooral rustig, sober en praktisch zijn. De afwerking van de wanden en de vloeren, daar nemen we samen met de styling al vroeg in het proces zorgvuldige beslissingen over. Favoriete materialen daarvoor zijn bijvoorbeeld hout, beton, zink en natuursteen. Deze materialen zijn net als marmoleum niet te nadrukkelijk aanwezig, oersterk, vaak duurzaam, veelzijdig, tijdloos, praktisch en evengoed ontzettend mooi.”

Warm minimalisme

“Aan de ene kant